Bergen Toen en Nu

De Papeters "Jan, Pier en Nelleke"

Anekdotes Papeters

Het is me een mooie troep, die ruilverkaveling. Ze zetten alles op papier... alles... maar we hebben in het veld nog een kruis staan... en dat zijn ze glad vergeten... het is een mooie troep!" Uit zijn woorden spreekt een heilige verontwaardiging. Zijn kraaloogjes steken. Aan weerszijden van de alpinopet kringelen grijze krulletjes. „Mensenmoordenaars zijn het...! Het beste punt om de Rijksweg over te steken willen ze afsluiten... en dan maken ze een nieuwe oversteek, daaronder in de diepte." Beschuldigend heft hij zijn vinger en wijst er mee in de verte. Twee fietsers komen voorbij en groeten ons, de een zelfs met militair vertoon. „Voor je het weet zit je op de weg... levensgevaarlijk!"

Zonder uitnodiging begint Pier Thissen zijn gal te spuien als we bij hem uitkomen, ter­wijl hij in het Bergense gehucht „Op de Pa-peter" een nieuwe, rode straatbezem staat schoon te vegen aan een weipaal. Hij heeft er zojuist de stal mee aangeveegd, een alleen­staand laag hok langs de weg, waarin zestien jonge koeien staan. In de verste hoek brandt een kale peer, het enige licht in de schemeri­ge stal. Nog terwijl Pier zijn verhaal afsteekt komt een gebogen figuur uit de schuin te­genover liggende boerderij.

Angelus in Ayen

Anekdotes Gerrit JostenHet is kwart voor twaalf in de morgen als Gerrit Josten opstaat van zijn stoel in de boerderijkeuken en van 'n spijker in de hoek achter de deur een grote ring afhaakt, waaraan behalve enkele kleinere ook een sleutel hangt van het formaat dat kasteel­heren in de middeleeuwen plachten te gebruiken. „Kom maar door de voordeur, dat is korter", zegt hij en loopt voor ons uit naar buiten. We steken de weg over en lopen een stukje op met Gerrits koeien, richting Sint Tonniskapel.
„Vroeger, toen het koren nog met de zicht werd gemaaid en de schoven met de hand werden gebonden en opgezet, werd de mid­dagklok at om half twaalf geluid. De boeren staakten hun zware werk, baden het angelus en gingen te voet op weg naar huffs, waar om twaalf uur het eten op tafel stond", vertelt Gerrit. Al vijfentwintig jaar is hij de man, die in Ayen de kapelklok het teken laat geven voor middaggebed en -eten.

Coba, de onafhankelijke

Anekdotes CobaCoba „van de Sneejer" staat daar maar to houden met haar verfpot. Ruim een uur lang doet ze er nets anders mee dan hem van de ene hand in de andere nemen op het moment dat ze weer een van haar afgezakte schortbanden moet optrekken. Hon­derden malen per dag verricht ze deze handeling automatisch. Ze haast zichzelf niet en blijft vriendelijk onder al ons gevraag. Niets wijst erop dat ze ons liever kwijt is dan rijk, alleen die verfpot. Die verfpot waarin een lange roerspijker vastzit aan het bodempje inge­droogde groene verf; die verfpot, die ze maar niet wil neerzetten, zodat ze elk moment de arbeid kan hervatten, waarin we haar heb­) ben gestoord: het verven van de ijzeren palen van de waslijn. Coba's handen staan naar werken. Van haar elfde tot haar vijfen­zestigste heeft ze andere mensen met hart en handen gediend. Bin­nen en buiten heeft ze alles aangepakt wat voor haar handen kwam en nu ze alleen in haar huis aan de rijksweg in Bergen woont, doet ze niet anders.

1338348

Zoeken